Drimmelen dorp – ”Aspirant gildebroeder wordt bestoven zoals de bloemen door de bijen, in de verwachting rijkelijk vruchten te dragen voor het gilde.” Met deze woorden en een bijenkorf vol meel op het hoofd van het aspirantlid werden de gildebroeders en de ‘Hooftman’ van het Bijenhoudersgilde St. Ambrosius zaterdagavond met begeleiding van tromgeroffel bestoven. De aspirant-imkers, man en vrouw, kregen de titel ‘Gildebroeder’. Burgemeester en inwoner van Drimmelen dorp Boy Scholtze kreeg de titel ‘Hooftman’ volgens de ‘Caert’ (statuten) van het dik drie eeuwen oude gilde. Overdeken Ruud Heijmann en Onderdeken en kapitein Jan Oudendijk.

Door Michiel Peeters

De jaarvergadering van het Bijenhoudersgilde St.Ambrosius was zoals altijd een bijeenkomst vol tradities. Een bestuur, dat zich ‘overheid’ noemt, een voorzitter die ‘overdeken’ heet, een secretaris met de titel ‘schrijver’ en de penningmeester die zich ‘schatbewaarder’ mag noemen. De leden gaan als ‘gildebroeder’ – ook vrouwen worden zo genoemd, maar aangesproken met mevrouw de gildebroeder – door het leven! Het zijn volgens overdeken Ruud Heijmann, die op de jaarvergadering in maart 2024 na vijfentwintig jaar niet herkiesbaar is, ‘allemaal mensen die begaan zijn met het leven op aarde en de gildetraditie willen voortzetten’.

Het Madese gilde, dat op 9 november 1714 ontstond, kent volgens amateurhistoricus Huub Oome een recalcitrant ondertoontje. Hij zocht het bij de opstart van het bijna uitgestorven gilde uit; dik vijftig jaar geleden telde Ambrosius nog maar drie imkers (Jos Vriends, Theo de Zeeuw en Huub Oome). Alleen mannen konden volgens de oude statuten (De Caert van ’t Gilde) ‘gildebroeder’ worden. “Wij noemden vanaf het ‘nieuwe begin’ toen de vrouwen ook belangstelling kregen om imker te worden, al onze leden ‘gildebroeders’. Probleem opgelost,” lachte Oome, voormalig inwoner van Oud Drimmelen, destijds.

Schrijver Peter Mulkens legt uit. “Als een nieuw lid zich bij ons aanmeldt, dan wordt hij of zij aspirant-lid. Zo’n lid mag en kan overal aan mee doen, maar heeft geen stemrecht bij bestuursverkiezingen en krijgt geen officiële uitslag als deze deelneemt aan het jaarlijkse Koningschieten. De aspirant neemt deel aan een basiscursus bijenhouden waarbij hij of zij ondersteuning krijgt van een mentor, een ervaren lid. Na het behalen van het basisdiploma bijenhouden vindt de bestuiving plaats en is de aspirant een volwaardig ‘gildebroeder’. Dat betekent volledig stemrecht bij de verkiezingen van de ‘overheid’ (het bestuur van een gilde).”

Gouden honing

De lekkerste honing van het gilde St. Ambrosius kwam dit jaar, na een interne honingproeverij door alle imkers, van ‘mevrouw de gildebroeder’ Ilse Langschmidt. Zij volgt na vele jaren imker Herman van Riel op om de titel ‘gouden honingwedstrijd’. Haar potje bevatte de lekkerste honing van alle deelnemende honingpotjes.

Jan Verhoeven werd in het zonnetje gezet door Overdeken Ruud Heijmann voor zijn binnengeschoten titel: Schutterskoning van het Ambrosiusgilde.

Eredeken Willem Butter, de jaarlijkse fourageur van het bijenhoudersgilde, maakte na een uur plichtplegingen bekend wat de Ambrosius-eetpot op tafel zette in Ons Dorpshuys in Drimmelen dorp. Zoals gebruikelijk stevige kost, maar erg smakelijk en natuurlijk ontbrak de honing niet!