Made – “Het was me wat met Berent. In het vliegtuig zei hij dat hij vijf bolletjes op had. Een stewardess hoorde dat en in Caïro werd Berent meteen door de politie opgepakt. Hij moest hemel en aarde bewegen om die lui duidelijk te maken dat hij drie witte kadetjes en twee bruine bolletjes gegeten had ’s morgens. De politie dacht een drugscrimineel op te pakken,” lachte Aaltje Beerepoot, een rol van Annie van der Ven, zittend in de lobby van het hotel. Berent Beerepoot (Marco Jonkbloed) was de reis naar Egypte al meteen zat na het lange oponthoud en wilde terug naar de caravan in Rennesse. Maar dat zou nog even duren in de vermakelijke klucht ‘De Vloek van de Farao’ van ’t Dorpstheater Made.

Door Michiel Peeters

Het blijft een kunst om een zaal aan het lachen te krijgen, maar ’t Dorpstheater kreeg het weer voor elkaar. Acht dragende spelers en enkele ‘poesjes’ zorgden ervoor dat ‘de lach’ meteen de zaal inrolde bij ‘paspoortcontrole’ van de vliegtuigpassagiers. Door de opkomst van de cast met koffers, dwars door de rijen toeschouwers in scc De Mayboom, een stevige douanier die de passagiers aanspoorde ‘hurry up’ op te schieten. Bovendien controleerde hij alle passagiers op wapens met een detector ‘een vloerenreiniger met een rood lichtje’. Al die bewegingen, attributen en mimiek zorgden voor een gulle lach. De groep schonk veel zorg aan het goed laten verlopen van de ‘doldwaze avonturen’, die kenmerkend zijn voor een klucht. Een moeilijke en onderschatte vorm van toneelspelen.

Het ging de spelers goed af. Ook de kleinere rollen van douanier en stewardess stonden als een huis. Voeg dat samen met de mensen van: grime, licht en geluid, coördinatie en decorbouw en je hebt een bijna perfecte setting. Natuurlijk maakt de regisseur het tot een topstuk! En dat is bij het Dorpstheater al heel lang Jan de Graaf. Hij hield de toneeltouwtjes in handen en dat valt om den drommel niet mee met ‘lach-aan-de-kont-types’ als Marco Jonkbloed, Annie van der Ven, Eric van Gurp, Marion Laurijssens, Ferry Moerenhout, Angelique Schellekens, Denise de Laat, Corné van Lent, Ben de Bruijn, Eefke van der Loop en Chloë Commeren.

Douanier De Bruijn liet de zaal dat hij het toneelspelen nog niet verleerd was en de twee jongste aanwinsten Eefke en Chloë lieten in het eerste rolletje, als stewardess, zien uit goed toneelhout gesneden te zijn.

All-inclusive

Het verhaal gaat over over het stel Aaltje en Berent Perepoot. Zij boekt tegen de wil van Berent een all-inclusive reis naar Egypte. De twee hebben nog nooit gevlogen en vooral hij ziet er als een berg tegenop om naar het warme en zanderige Egypte te gaan. Het hotel is niet wat ze ervan hadden verwacht, maar Aaltje is vastberaden om er het beste van te maken.

Dan koopt ze bij de ingang van het hotel van een vreemde man een heel oud beeldje van een poes, maar of ‘die oude meuk’, zoals Berent het noemde, nou verstandig was...

Het stuk van schrijver Nico Torrenga is een klucht die de spelers alle gelegenheid geeft om hun kwaliteiten tot hun recht te laten komen. De eigenaar van het hotel bleek niet de eigenaar te zijn; een geheim luik, een ‘bloeddorstige’ werkster, een verdwenen ‘poes’, politie en een bedrieger en een kelder vol gestolen kunstschatten zorgden voor de nodige consternatie. Van een ontspannen vakantie was geen sprake meer. Het zorgde voor veel stress in het oord dat eigenlijk voor ontstressen bedoeld was.

De Vloek van de Farao bleek bijna een vloek te zijn. Op de generale repetitie stokte de gordijnen. In allerijl werden er twee piloten ingevlogen (Rob En Ron) die het toneelgordijn nu openvlogen, om daarna de zaal te laten genieten van ouderwetse onderbroekenlol.

De kluchtprincipes zaten er allemaal in: deuren, draaideuren en luiken die open gaan, kleedpartijen die de lach oproepen. Kortom het liep gesmeerd. Alle wetten van de lach klopten en de grappen vielen goed in de zaal.

De klucht eindigde zoals een klucht hoort te eindigen: chaotisch. Het was ouderwets genieten voor mensen die opgegroeid zijn met ’t Dorpstheater. De vereniging kan de kracht, snelheid en het improvisatievermogen opbrengen om met overtuigende energie de zaal te blijven verbluffen. Zwakke schakels ontbraken in het spel en het stuk.

Regisseur Jan de Graaf zette een stuk neer, dat door de spelers gedragen werd en aangenaam was om naar te kijken. Het mooie decor droeg daar zeker aan bij. Het voelde voor de spelers als hun thuis. Dat maakte het stuk voor de zaal tot een aangenaam kijkspel waarvan het genieten was. Een boeiende productie die als een zandstorm de klucht door de zaal liet waaien en stijgen tot dynamische blijspelhoogte.