In Brabant zeggen we het graag zoals het is – liefst in onze eigen taal. Maar steeds minder mensen kennen de oude spreekwoorden en gezegdes. Zonde, want daarin zit een schat aan humor en wijsheid verstopt. In deze column haal ik om de twee weken spreekwoorden uit de vergetelheid. Mét uitleg, een beetje achtergrond… en altijd met een glimlach. Want in Brabant lachen we graag – ook om onszelf.
Er is een heel klein 'huisdier' waar veel spreekwoorden over zijn. Niet om de liefde voor het beestje, maar omdat hij vroeger vaak in verband werd gebracht met armoede: 'zo arm als een luis zijn'. En Brabant was vroeger erg arm!
In het Brabants spreken we ook over luis als we luizen bedoelen.
Wist u dat:
Je hoofdluis en schaamluis kunt hebben.
De schaamluis geen luis is, die zich schaamt, maar wel in de schaamstreek leeft.
Het eitje van de luis, de neet, lastiger is te bestrijden dan de luis zelf.
En volwassen hoofdluis ongeveer zo groot is als een sesamzaadje.
Hoofdluizen zich vasthechten aan je haren, hun zuigsnoet in je huid steken en zich dan vol bloed zuigen.
Er dan speeksel van de luis op je huid komt en dat je daar jeuk van krijgt.
Hoofdluizen zich vooral onder kinderen snel verspreiden.
De luizenmoeder op de basisschool ervoor zorgt, dat de hoofdluis verdwijnt of geen kans krijgt.
Mensen vooral luizen kunnen hebben en dieren vooral vlooien.
Vlooien bij mensen meestal in de benen bijten en niet op het hoofd.
Luizen dikker zijn dan vlooien en moeilijker te bestrijden zijn.
Een koe niet kan krabben en daarom met haar staart de vlooien verjaagt.
Beter een luis in de pot dan geen vet.
Beter iets dan niets.
Vroeger was vet, vooral in de vorm van roomboter en spek een heel belangrijk voedingsmiddel.
Een weldoorvoed mens, vaak met een flinke buik, was een teken van welvaart.
Zowel voor mannen als vrouwen. We zien dat ook op schilderijen van vroeger.
Da kan `ne boer mee’n vat luis ook wel.
Dat kan een boer met een vat met luizen ook wel.
Dat is heel gemakkelijk. Dat kan een arme en domme boer ook.
En vooral arme mensen hadden luis.
Dor kaande nog geen luis in ‘n vuil hemd vangen.
Daar kun je nog geen luis in een vuil hemd vangen.
Daar is het geweldig proper.
Luis in de broek hebben.
Niet stil kunnen zitten, steeds wiebelen.
Wordt vaak tegen kinderen gezegd.
Maar ze hebben geen last van luis, maar van ADHD.
Hij liegt, dat de luizen op z’ne kop er van barsten.
Hij liegt dat ie barst!
Een leven als een luis op een zeer hoofd.
Een makkelijk leventje lijden.
Een zeer hoofd is namelijk het paradijs voor luizen!
Een zeer hoofd betekent korstjes: hoofdschimmel of eczeem.
Dat vinden de luizen erg lekker.
Krijgt u bij het lezen al een beetje jeuk?
Let op: de luis leidt een gemakkelijk leventje, het 'slachtoffer niet'.
Zich voelen as ‘n luis tussen twee nagels.
In het nauw zitten.
Eerst van de luizen en dan van de neten gebeten worden.
Eerst de eigen kinderen grootbrengen en dan op de kleinkinderen moeten passen.
Duidelijk dat opa’s en oma’s niet altijd blij zijn als oppasoma en oppasopa.
Zonder moeite hedde niks ès luis en lang haar.
Zonder moeite hebt je niets als luizen en lang haar.
Alles heeft een oorzaak. Niets gebeurt van zelf.
Kaal luis bijten scherp.
Kale luizen bijten scherp.
Gezegd van iemand die verwaand is.Verwaand is als je jezelf heel goed vindt en op anderen neerkijkt. Synoniemen: arrogant, hooghartig, zelfgenoegzaam, een verwaande kwast (een verwaande jongen of man).
Eigen luis bijten het hardst.
Van je familie moet je het maar hebben.
Men wordt vaak het slechtste behandeld door familieleden. Van de naaste familie heeft men dikwijls het meeste verdriet en ondankbaarheid te verduren. Het grootse probleem is: we verwachten van familie ook meer steun dan van vreemden. Steun betekent hier vooral liefde en hulp.
Het goed gezin helpt bij het opbouwen van waarden en normen en en geeft een veilige basis aan kinderen.
De volgende keer bij een kleine familieruzie zegt u: 'Eigen luis bijten het hardst' en afwachten wat er gebeurt... Misschien moet u het uitleggen... Tja...
Tot de volgende keer.
Fer van Vuuren
