In Brabant zeggen we het graag zoals het is – liefst in onze eigen taal. Maar steeds minder mensen kennen de oude spreekwoorden en gezegdes. Zonde, want daarin zit een schat aan humor en wijsheid verstopt. In deze column haal ik om de twee weken spreekwoorden uit de vergetelheid. Mét uitleg, een beetje achtergrond… en altijd met een glimlach. Want in Brabant lachen we graag – ook om onszelf.
In sommige delen van Brabant werd vroeger met de man ook wel de mèns bedoeld (NB spreek de e uit alsof je een geit hoort mekkeren: meeeh!).
In veel spreekwoorden zien we de klassieke man-vrouw rolpatronen terug.
‘Kiendje? De mèns krieg ’t en de vroouw kruch ’t.
Een kindje? De man krijgt het en de vrouw brengt het kreunend ter wereld.
Het krijgt nog meestal de achternaam van de man. Tja...
Vroeger werden kinderen thuis geboren. De verloskundige werd toen de vroedvrouw genoemd. Vroed in vroedvrouw betekent 'wijs' of 'bekwaam': dus wijze vrouw. Volgens een onderzoek van Ouders van Nu (2021) bevalt 21 % van de vrouwen thuis, 21 % bevalt in een geboortecentrum, geboortehotel of poliklinisch en 58 % van de vrouwen bevalt met een medische noodzaak in het ziekenhuis.
‘n Man, ‘n man, ‘n woord, ‘n woord, ‘n vrouw ‘n woordenboek.
Een man houdt zijn woord, maar een vrouw 'die spreekt teveel om haar woord te houden'.
Praten vrouwen meer dan mannen? Dat is maar net waarover ze praten. Mannen praten meer over hun werk en sport. Vrouwen meer over persoonlijke zaken.
En wanneer is praten kletsen of kletsen praten?
Kletskous: man of een vrouw, die veel en vaak langdurig praat, soms op een irritante of betekenisloze manier. Synoniemen: babbelaar, leuteraar, ouwehoer en kletskop.
Al wat ‘n man schoonder is as ‘n aop, is meegenomen.
Alles wat een man mooier maakt dan een aap, is meegenomen.
Niet leuk voor de mannen. Je hoort een vrouw spreken!
Katte en wijve moete tuis blijve en mènse en honde doen de ronde.
Katten en vrouwen moeten thuis blijven en mannen en honden doen de ronde.
De vrouw hoort thuis te zijn. De 'stoere' man (met hond) bewaakt het huis.
Het 'vrouwke' kan veilig thuis blijven. Ja, zo was dat vroeger vaak...
Je hoort hier natuurlijk een man spreken.
Er zèn net zo veel goei maans as rooj gaans.
Er zijn net zo veel goeie mannen als rode ganzen.
NB. Er bestaan helemaal geen rode ganzen!
Dus goede mannen bestaan niet.
Zo, daar kunnen de mannen het weer mee doen!
't Menneke zijn.
Het mannetje zijn.
Veel te zeggen hebben, trots zijn, opgewekt of blij zijn.
Een 'vrouw die haar mannetje staat' is een zelfstandige, krachtige vrouw die zich niet laat ondersneeuwen. Ze durft haar mening te uiten, grenzen te stellen en beslissingen te nemen, vaak in omgevingen die traditioneel als mannelijk worden gezien.
Een vrouw kan dus heel goed spreekwoordelijk ‘t menneke zijn.
Naar St Anneke voor een manneke.
Naar St Anna voor een man.
Ongehuwde meisjes gingen vroeger naar een kerk waar de Heilige Anna vereerd werd.
Zij gingen bidden om door haar voorspraak een man te krijgen. Bijvoorbeeld in Molenschot.
Ongehuwd zijn betekende vaak armoede, omdat als er al werk was, vrouwen veel minder verdienden dan mannen. Vrouwen, die op later leeftijd niet getrouwd waren, werden oude vrijsters genoemd. Ze leefden vaak in armoede. Nu spreken we over de happy singles.
‘t vriest tussen man en vrouw.
Het gaat niet goed in het huwelijk, er zijn spanningen.
Vroeger was scheiden in het katholieke Brabant onmogelijk. Men bleef dus getrouwd of mensen kozen er soms voor om met een andere partner te gaan samenwonen. Een grote schande! Men moest om die reden soms verhuizen. Maar nog vaker bleef men ten koste van alles bij elkaar in een slecht huwelijk.
Nu gaan partners eerst samenwonen en vaak als het eerste kind er is, komt het meestal tot een burgerlijk huwelijk. En scheiden is ook niet meer een taboe.
Tegenwoordig blijkt uit de cijfers dat de meerderheid van de gescheiden ouders positief terugkijkt op de scheiding en de periode erna. Zo’n 75 tot 85 procent geeft aan dat zij de scheiding goed verwerkt hebben, dat de beslissing om te scheiden een juiste was en dat met de scheiding hun wereld niet is ingestort.
‘s mans moer is de duvel op de vloer.
De moeder van de man is de duivel op de vloer.
De schoonmoeder van de vrouw komt er in veel spreekwoorden slecht vanaf.
Ze bemoeit zich met het huishouden. En houdt angstvallig in de gaten of haar zoon toch niets tekort komt. Zeker als ze maar één zoon heeft!
Om nog maar niet te spreken over de opvoeding van de kinderen.
Vroeger toen schoonmoeder en schoondochter vaak in hetzelfde dorp woonden was dat een groter probleem dan nu.
Dus de volgende keer als u een vrouw hoort vertellen over hoe haar schoonmoeder zich met alles bemoeit zegt u: ‘s mans moer is de duvel op de vloer'.
Ik denk dat u haar heel blij maakt.
Tot over 14 dagen
Fer van Vuuren
