Drimmelen – Waar ben ik aan begonnen dacht ik toen ik het donkere monumentale kerkje (1792) aan de Herengracht binnenstapte. Middeleeuwen, renaissance en barok waren de muziekperiodes waar ik kennis mee zou gaan maken. Moest gelijk denken aan ‘de jong-klassieke’ en nog steeds populaire boekenreeks van Francine Oomen, Hoe overleef ik... En, de onderdompeling in die muzikale eeuwen voelde niet altijd lentelicht.
Door Michiel Peeters
‘Vogelvrij’, zo afficheerde Ensemble Flutamuze het middagconcert. En zo ervoer ik het ook. De lichtvoetige traditionals voelden vaak als exotische muziekpareltjes in het muzikale palet wat Flutamuze het publiek voorschotelde.
Het kerkje aan de Herengracht was zondagmiddag het muzikale centrum van muziek uit de middeleeuwen, renaissance en de barok. Bovendien maakten de bezoekers kennis met tal van instrumenten met bijzondere namen – viola da gamba en nyckelharpa – die ook nog eens exotisch straalden. De zes musici van Flutamuze, al twintig jaren ambassadeurs van muziekgenres uit vervlogen tijden, promoten in dertien stukken de lente in alle stijlperiodes met hun uitheemse instrumenten waarvan de enorme blokfluiten een centrale plaats innamen.
Flutamuze opende met de prelude Vogelvrij Morleys Dance, de naamgever van het concert. Het introduceerde de muziekstijl van de werken die later zouden volgen aan het publiek. Anica van Ameijde presenteerde als ladyspeaker het programma en ‘blies’ als violiste bovendien haar partijtje mee. Daarnaast gaf ze tekst en uitleg over alle bijzondere instrumenten.
Instrumentencombinaties
In een mix van dertien verschillende instrumentencombinaties liet Flutamuze horen wat er mogelijk is met het met het instrumentarium: tien verschillende blokfluiten, violen, nyckelharpa, gitaar, viola da gamba (alt en bas) en klavecimbel.
Voor de pauze spraken een drietal nummers me aan: Two English songs van Thomas Morley, Il Pastor Fide van Nicolas Chédeville en een Noorse traditional Folketone frå Sunnmöre. Dat laatste muziekstuk werd gearrangeerd door gitarist Johan van Middelkoop. Bijzonderheidje, Johan bouwde de concertgitaar zelf.
Oorwurm Greensleeves
De gedeelde stilte tijdens het concert maakte de muziek intenser, wam, puur en eerlijk. De traditionals na de pauze kwamen ook op mijn overlevingslijstje. Het zestiende-eeuwse Greensleeves, een Engelse traditional, zit nog als een oorwurm in mijn hoofd. Evenals de Schotse traditional Johnn Anderson my Joe. Je zweeft figuurlijk boven de Schotse hooglanden. Vooral als de viola da gamba de boventoon voert met haar bijzondere klanken. Het op een cello lijkende instrument is moeilijk te stemmen omdat het natuursnaren heeft die direct op temperatuur reageren. Het favoriete instrument van de Drimmelense Anne Dekker past bij de wijdse hooglanden. Je voelt de stilte en dat maakt de muziek intens.
Licht in de kerk
Een verrassende jazzy afsluiting was Greenwood’s Garden. Paste naadloos bij Breda Jazz dat zondag haar laatste dag vierde. Ongelofelijk dat je met instrumenten uit de donkere instrumenten uit de middeleeuwen zo jazzy kan klinken. Precies de juiste lenteprikkelende afsluiting van het concert. De akoestische warmte van Vogelvrij had nog meer Lenteprikkels gehad als de kerk haar lichten had ontstoken.
