Wie het verhaal leest van het kinderboek 'Aardappels met Lawaaisaus', ziet al snel waar de kracht van de schrijfster ligt. In het tastbaar maken van harde werkelijkheden, zonder het menselijk gevoel uit het oog te verliezen. Achter de jongen die op zijn twaalfde de schoolbank verruilt voor zwaar werk in de grienden van de Biesbosch, schuilt de stem van een auteur die zelf een leven leidde vol ervaringen, ontmoetingen en scherpe observaties. Die auteur, nu in de leeftijd van 94 jaar, mocht ik interviewen.
Geboren op 17 augustus 1931 in Den Haag, opgegroeid in Gennep en haar vader verloren bij de bombardementen rond Nijmegen, begon Dorrestein na de kweekschool in Maastricht, haar loopbaan als onderwijzeres. Al vroeg (1950) koos ze echter voor een pad dat haar ver buiten Nederland zou brengen. Op 23 jarige leeftijd vertrok ze naar Nederlands Nieuw-Guinea, waar ze tien jaar lang Papoease kinderen onderwees. Daarna volgden jaren in Brazilië (1964), waar ze werkte in zowel het Amazonegebied als in de deelstaat Minas Gerais. Deze internationale ervaringen zouden later de kernen vormen van haar schrijverschap.
Genuanceerder
Pas na haar terugkeer in Nederland (1969), waar ze zich vestigde in Made, begon Dorrestein serieus te schrijven. Wat haar dreef, was geen literaire ambitie alleen, maar een duidelijke overtuiging. Ze stoorde zich aan het eenzijdige en vaak negatieve beeld van ontwikkelingslanden in de media. Haar eigen ervaringen vertelden een ander verhaal. Een verhaal van mensen, culturen en dagelijkse levens die veel rijker en genuanceerder waren dan vaak werd geschetst.
Die motivatie is duidelijk zichtbaar in haar vroege werk. Met boeken die zich afspelen in wat destijds de ‘Derde Wereld’ werd genoemd, richtte ze zich op kinderen en jongeren die leven tussen twee culturen. Thema’s als identiteit, aanpassing en verbondenheid lopen als een rode draad door deze verhalen. Wat haar werk bijzonder maakt, is de manier waarop ze zeden, gebruiken en tradities tot leven brengt, zonder te vervallen in clichés.
Volwassen verantwoordelijkheden
Later verschoof haar focus, mede op advies van haar uitgever, naar verhalen die zich in Nederland afspelen. Toch bleef haar centrale thema overeind: jongeren die hun plek zoeken in een soms harde, onbegrijpelijke wereld. Dat zien we terug in 'Aardappels met Lawaaisaus' (1991), waarin een jonge jongen wordt geconfronteerd met volwassen verantwoordelijkheden en fysieke uitputting. De rauwe beschrijving van het werk in de grienden, de vieze keet vol ratten en zelfs de schrijnend-komische 'lawaaisaus' laten zien hoe Dorrestein zware onderwerpen toegankelijk maakt voor jonge lezers.
Daarnaast schreef ze ook speciaal voor kinderen met leesmoeilijkheden. Boeken als 'De spinazie club' en 'De vlucht' kenmerken zich door helder taalgebruik en een toegankelijke vorm, zonder in te leveren op inhoud. Ook haar historische jeugdromans, zoals 'Veertien dagen op een ijsschots' en 'Wie keert het getij', getuigen van grondig onderzoek en een sterke educatieve insteek.
Doordrenkt van levenservaring
Het werk van Miek Dorrestein is daarmee meer dan alleen jeugdliteratuur. Het is een poging om jonge lezers, ook van nu, anders te laten kijken, naar andere culturen, naar het verleden en naar hun eigen plek in de wereld. Haar verhalen zijn eerlijk, betrokken en doordrenkt van levenservaring. Precies daarom blijven ze, net als die spetterende 'lawaaisaus', nog lang nagalmen.
Hans Winkelman
