In Brabant zeggen we het graag zoals het is – liefst in onze eigen taal. Maar steeds minder mensen kennen de oude spreekwoorden en gezegdes. Zonde, want daarin zit een schat aan humor en wijsheid verstopt. In deze column haal ik om de twee weken spreekwoorden uit de vergetelheid. Mét uitleg, een beetje achtergrond… en altijd met een glimlach. Want in Brabant lachen we graag – ook om onszelf.
Het eerste bewijs van geld in een vorm zoals we die nu kennen, dateert uit 700 voor Christus. In het koninkrijk Lydië (nu West-Turkije) werd betaald met munten, een mengsel van goud en zilver, waarin een stempel werd geslagen.Vanuit Turkije vinden de munten hun weg naar de rest van Europa, al duurt het nog even voordat het daar een veelgebruikt betaalmiddel wordt.
In 1325 wordt in Nederland de eerste gulden geslagen. Hoewel de gulden verschillende gedaantes heeft gehad, doet hij tot de komst van de euro in 2002 trouw dienst als betaalmiddel in Nederland.
Het eerste papiergeld ontstond omdat kooplui met veel gouden en zilveren munten een hoog risico liepen. Zij hadden immers veel waardevolle munten op zak en waren daardoor vaak doelwit van roofovervallen. Papier geld was beter te verstoppen en dieven konden er weinig mee.
We kunnen nu ook cashloos betalen via internet.
En we kunnen tegenwoordig betalen met crypto’s. Maar niet bij de bakker! Of crypto’s de toekomst worden is afwachten.
‘n kreupel pèrd is geld wèrd, as ge zelf de kaor moet trekken.
Een kreupel paard is geld waard, als je zelf de kar moet trekken.
Men moet zich met minder tevreden stellen, als er geen andere oplossing is.
Vast geld, vaste erremoei.
Vast geld, vaste armoede.
Wie een vast inkomen heeft, zal niet gauw rijk worden.
De mensen in Nederland met een groot inkomen werken meestal niet in loondienst.
In de top van het bedrijfsleven staat een CEO. Het salaris van een CEO varieert enorm en is sterk afhankelijk van de grootte en de sector van het bedrijf. Waar een directeur/CEO van een klein mkb-bedrijf ongeveer € 150.000 per jaar verdient, ontvangen topmannen van grote beursgenoteerde ondernemingen miljoenen dankzij bonussen en aandelenpakketten.
Z’n geld is aon z’n hart gewaasen.
Zij geld is aan zijn hart vast gegroeid.
Hij is gierig, hij is een vrek.
Gierig zijn en zuinig zijn is niet hetzelfde.
Als je zuinig bent, ben je je bewust van je uitgaven, maar ben je niet bang om geld uit te geven aan dingen die ertoe doen. Gierig zijn daarentegen geeft vaak voorrang aan geld boven relaties, ervaringen of eerlijkheid.
Scrooge en Dagobert Duck zijn bekende gierigaards.
Geld is het slijk der aarde, maar ge dabt er toch zelf gère in!
Geld is het slijk der aarde, maar je knoeit er zelf toch graag in.
Men zegt dat geld soms slecht is, maar men heeft het toch heel graag.
Dabben: door de modder lopen, wroeten in het slijk. Het woord komt van de Brabantse keuterboertjes, die vroeger altijd een of meer varkens hadden.
Ge mot ‘t geld nie zaaien, ‘t komt toch nie uit.
Je moet het geld niet zaaien, het komt toch niet uit.
Gezegd als iemand geld laat vallen.
Waor geld is, is den duvel, waor geen geld is, is ie tweemaal.
Waar geld is, is de duivel, waar geen geld is, is ie tweemaal.
Geld is vaak de oorzaak van het kwaad: armoede kan leiden tot diefstal.
En veel geld kan leiden tot meer geld 'graaien'. Met ingewikkelde belasting constructies. Of heel simpel: de privéauto op naam van het bedrijf...
Nog op z’n aauw geld staon.
Nog op zijn oude geld staan.
Hetzelfde verdienen als vroeger of nog evenveel kosten als vroeger.
Ge kant oew geld beter naor den bakker brenge dan naor den dokter.
Je kunt je geld beter naar de bakker brengen dan naar de dokter.
Je kan beter je geld aan de brood besteden dan aan medicijnen.
Tegenwoordig zijn we verzekerd tegen ziektekosten, maar dat was vroeger niet zo. En men had toen ook minder vertrouwen in de dokter dan nu.
Naorr‘t geld stinken as ‘n verkenskont naor den bromolie.
Naar het geld stinken als een varkenskont naar de petroleum.
Gezegd van iemand, die stoelt op zijn geld. Stoefen is opscheppen.
Er is een Amerikaanse president, die niets anders kan dan stoeven.
As ge veul geld het, kunde den hemel kopen, hedde ‘t nie, dan kunde naor den duvel lopen.
Als je veel geld hebt, kun je de hemel kopen, heb je het niet, dan kun je naar de duivel lopen
Met geld kun je alles bereiken. En geld maakt geld.
Het is makkelijker om met veel geld meer geld te verdienen, dan met weinig geld.
Daarom worden rijken vaak rijker en blijven arme mensen vaak arm.
Rijk zijn: afkomst. Rijk worden: opleiding, ambitie, doorzettingsvermogen en soms wat geluk.
En als u de volgende keer iemand hoort opscheppen over dat ie veel geld verdient, dan zegt u:
'Gij stinkt naor as ‘n verkenskont naor de bromolie'
Hij of zij zal er niets van begrijpen, maar u hebt toch maar mooi de waarheid gezegd tegen die opscheppers!
Tot de volgende keer.
Fer van Vuuren
