In ’t Carillon van 20 november hebben ervoor gepleit om de gevallen bladeren, uitgebloeide bloemen en vruchten in de tuin/borders te laten liggen en niét op te ruimen. Dat is belangrijk voor de overwintering van de planten (voeding en bescherming tegen de kou), de vogels (vinden er voedsel zoals wormen, kevers etc.) en de insecten (die leggen er eitjes/larven en hebben beschutting tegen kou).

Het gaat erg slecht met de insecten. In amper 30 jaar is het aantal insecten met zo’n 75% afgenomen en ook steeds meer soorten insecten, zelfs de alom bekende soorten, nemen verder af. Een rampzalige ontwikkeling met grote gevolgen voor de natuur en voor ons mensen. Insecten zorgen voor de bestuiving van gewassen, bijvoorbeeld fruitbomen en -struiken, en helpen ons bij de bestrijding van plagen. Van al onze gewassen is maar liefst 84% afhankelijk van de bestuiving door insecten. Een verdere afname zou rampzalig zijn voor onze voedselproductie.

In de winter wordt het kouder, worden de dagen korter en is er minder voedsel beschikbaar voor insecten. Die hebben verschillende manieren om met die omstandigheden om te gaan. Een categorie insecten legt eitjes, poppen of larven in het blad van bepaalde planten, waar ze leven van het bladgroen. Of op de bladknop, die daarop reageert door een gal aan te maken waar de larven in gaan zitten. Die eitjes en larven vallen met de bladeren op de grond die een ‘deken’ vormen waaronder ze prima kunnen overwinteren. Later als de temperatuur weer stijgt groeien ze uit tot een nieuw insect. Bijvoorbeeld bladwespen, kevers en verschillende vlinders gebruiken deze manier.

Ook maken bepaalde insecten gebruik van groepsvorming om te overwinteren. Ze zoeken elkaar op en gaan in een groep dicht bij elkaar zitten, bijvoorbeeld onder stenen of bladeren, om zo warmte te behouden en elkaar te beschermen tegen de kou. Voorbeelden hiervan zijn lieveheersbeestjes, vuurwantsen en pissebedden.

Er zijn ook insecten die door een vorm van winterslaap de winter doorkomen. Die zoeken een beschutte plek, bijvoorbeeld een holte onder de grond, in een boom of onder bladeren. Zo beschermen zij zich tegen extreme weersomstandigheden. Zij houden zich dan doodstil waardoor ze vrijwel geen energie verbruiken en kunnen teren op hun vetreserves. Dit doen bijvoorbeeld spinnen, kevers maar ook sommige vlinders zoals de citroenvlinder, de dagpauwoog, de gehakkelde aurelia en de kleine vos.

U ziet dat uw tuin een belangrijke bijdrage kan leveren aan het behoud van insecten. Zij hebben úw hulp dringend nodig bij overwinteren. Het is voor u ontzettend gemakkelijk om uw tuin op een insectenvriendelijke manier ‘winterklaar’ te maken. U hoeft namelijk zo weinig mogelijk te doen; dode planten kunnen gewoon blijven staan, snoeien hoeft niet en gevallen blad mag blijven liggen, op hoopjes langs de schutting of onder struiken. Insecten vinden dan vanzelf een plekje. En u kunt in het voorjaar genieten van al de mooie bloemen en het lekkere fruit dat dankzij hun activiteiten weer groeit.

Heb je vragen of wil je reageren stuur dan een e-mail naar Kiemkrachtdrimmelen@gmail.com.