Met haar blauwe ogen staart ze me aan. Ik ken die blik; ze probeert me te doorgronden. Een kleine glimlach op haar gezicht. Ze schudt, mij nog steeds aankijkend, lichtjes haar hoofd en stoot een lach uit alsof ze net iets grappigs heeft gedacht. Ik lach. Die oma, denk ik. “M'n hartje”, zegt zij.
De paar seconden, dat we in elkaars ogen kijken om de ander ‘te zien’, is ons moment en waardevol. Mijn oma en ik waren altijd als twee handen op een buik geweest. Ik zocht haar van kleins af aan iedere dag op, omdat we niet zonder elkaar konden. We hoorden bij elkaar. Een ‘zieleband’. Zij zorgde voor mij, ik zorg nu voor haar lichaam. Omdat ik weet dat oma daarbinnen vecht om bij mij te zijn.
Even zie ik weer kleur in de anders zo lege ogen. Ze heeft zich herpakt en een moment met mij gewonnen. Voor even is mijn oma terug in het lichaam van de vrouw die al jaren steevast aan de keukentafel zit. Sinds een paar maanden vergiftigd door dementie, maar nog altijd met hetzelfde decor; de krant, een kop koffie, een brandende sigaret en een stapel boeken.
In de tafel zit een kring, precies op de plek waar al enkele jaren haar ‘verzetje’ ontbreekt. Een glaasje sherry naast de asbak, als een trouwe vriend aan haar zijde die haar vergezelde in het leven dat haar niet kon brengen wat ze zocht. Verblind door haar zoektocht naar geluk, miste ze de mooie kansen. Ze vergat te genieten en zocht troost in drank, medicijnen en sigaretten. Jarenlang leefde ze in een roes waarvan ze nu de kater moet incasseren. Ze brak met haar verslaving om onze band niet te verliezen.
Een zucht. “Ik hou van jou.” Ze knijpt met haar ogen. Ze verliest het van haar ziekte, ik raak haar weer kwijt. Reikend naar haar hand slik ik mijn verdriet weg. De net nog heldere kleur verandert in een glazige blik. De mijne dwaalt af naar haar rimpels. Littekens of sporen van wijsheid, noemde ik ze weleens om haar tevreden te stellen. Dat was toen uiterlijk nog belangrijk was.
De laatste maanden hebben steeds meer rimpels haar gezicht gevonden. Er is dan ook een hoop gebeurd. Twee keer moet ze het licht hebben gezien, maar iets houdt haar tegen, alsof ze nog niet mag. Alsof ze nog moet lijden.
Een verloren tijd en een ziek lichaam dat haar ware ziel gevangen houdt, is alles wat er over is van oma. Mijn oma, voor wie ik wachtend op ons volgende moment zal blijven zorgen.
F.
