Over enkele weken vieren we de 80-jarige bevrijding van de gemeente Drimmelen. Onlosmakelijk verbonden met die bevrijding zijn de Liniecrossers, 21 dappere mannen, verzetsstrijders, die in donkere maanloze nachten, in kleine kano’s, de onherbergzame Biesbosch doorkruisten om medicijnen, berichten en personen over te brengen van het bezette Noorden naar het bevrijde Zuiden. Een van die liniecrossers, Koos Hoevenaar, kwam uit Lage Zwaluwe. Wie was hij? Wat wist zijn familie ervan? En hoe houden we de herinnering aan de Liniecrossers levend?

Door Marie-José Mol

Het verhaal van de Liniecrossers begint met de bevrijding van Nederland. Op 12 september 1944 trokken de Amerikanen Zuid-Limburg binnen. Als eerste werden de dorpen Mesch en Eijsden bevrijd, Maastricht volgde enkele dagen later. De samenwerkende Amerikaanse, Poolse, Britse en Canadese legers, ook wel geallieerden genoemd, trokken verder de zuidelijke provincies in om stapsgewijs dorpen en steden te bevrijden. Het doel van Operatie Market Garden was om in één keer de rivieren over te steken en vervolgens Duitsland binnen te vallen zodat heel Nederland bevrijd kon worden. De operatie mislukte met de Slag om Arnhem. Het lukte de legers niet om de brug over de rivier de Rijn in te nemen waardoor ze hun opmars moesten staken. De bevrijding van de zuidelijke provincies ging door, terwijl de provincies boven de rivieren gebukt gingen onder het juk van de Duitse bezetters en bovendien te maken kregen met een hongerwinter.

De Liniecrossers zorgden voor verbinding tussen bevrijd en bezet gebied

Nadat begin november 1944 Noord-Brabant was bevrijd, vormden de Bergse Maas en de Amer de nieuwe frontlijn. De Duitse bezetters waagden zich liever niet in de Biesbosch vanwege het grote getijdeverschil, de wirwar van kreken en waterwegen en de ondoordringbare begroeiing. Ze patrouilleerden dan ook vooral langs de Merwede. Daardoor was de Biesbosch zeer geschikt om via vaartochten het contact tussen bevrijd en bezet gebied in stand te houden. Groep Albrecht, een inlichtingen- en spionagedienst die vanuit Londen was opgezet, verzorgde die contacten. Het doel van die organisatie was om zoveel mogelijk inlichtingen over de Duitsers te verzamelen en naar Eindhoven te brengen, de plaats waar Bureau Inlichtingen, de Nederlandse geheime dienst, was gevestigd. Om via de Biesbosch te varen was de hulp nodig van burgers die feilloos de weg wisten in het ondoordringbare getijdegebied en die bovendien het lef hadden om de gevaarlijke crossings uit te voeren. De groep Liniecrossers bestond uit 21 mannen, verzetsstrijders, uit Sliedrecht, Werkendam, Sleeuwijk, Lage Zwaluwe, Waalwijk, Dordrecht en Hardinxveld-Giessendam. Koos Hoevenaar was de enige crosser uit Lage Zwaluwe. Hij verzorgde 8 crossings. De eerste crossing vond plaats in de nacht 5 op 6 november 1944, de laatste van 4 op 5 mei 1945. In totaal werden 374 crossings uitgevoerd op twee crossroutes: Sliedrecht - Lage Zwaluwe en Werkendam - Drimmelen. Helaas hebben twee crossers de tochten niet overleefd: Arie van Driel en Kees van der Sande. De crossings werden geleid door twee crossmasters. Jos van Wijlen, verzetsnaam ‘André’, leidde de crossings vanuit vanuit Noord-Brabant. De crossmaster in Sliedrecht was Bertus van Gool.

Elke crossing was een gewaagde onderneming

De meeste Liniecrossers waren getrouwd en hadden een gezin. De mannen hadden ervoor kunnen kiezen om bij hun gezin te blijven. Dat deden ze niet. Ze kozen ervoor hun leven op het spel te zetten om anderen te helpen, om de verbinding tussen bevrijd en bezet Nederland te verwezenlijken. Omdat de crossings in het geheim werden uitgevoerd, wist het thuisfront van niets. Elke crossing was weer een gewaagde onderneming. De Liniecrossers voeren vlak langs wachtposten waar Duitsers patrouilleerden met mitrailleurs. Werd je gepakt? Dan stond je een doodvonnis te wachten. In koude, pikdonkere nachten doorkruisten de mannen met gevaar voor eigen leven in kleine kano’s, Corjaals, de onherbergzame Biesbosch. Ze legden tochten af van 5 tot 13 km die vaak enkele uren duurden. Continue waren ze alert op elke vorm van beweging of geluid. Om zo stil mogelijk te zijn, wikkelden ze hun peddels in sokken. Wanneer ze een wachtpost naderden, werden de peddels in de kano gelegd. In een crosserstas brachten ze inlichtingen (militaire en economische berichten, berichten over volksgezondheid en informatie over bijvoorbeeld kustverdediging en vliegvelden) voor de geallieerden naar het Zuiden. Zo hielpen ze ook onderduikers en (belangrijke) personen ontsnappen. Vanuit het Zuiden namen ze eten en medicijnen (o.a. insuline voor diabetespatiënten) mee naar het Noorden. Ook de Britse generaal John Hackett wist zo een weg te vinden naar bevrijd gebied.

Wie was Koos Hoevenaar?

Jacobus Cornelis Hoevenaar, roepnaam Koos, werd geboren op 28 september 1898 te Lage Zwaluwe en overleed op 22 november 1973 te Lage Zwaluwe. Koos was getrouwd en vader van 13 kinderen, zeven zonen en zes dochters. Hij werkte voornamelijk als griendwerker in de Biesbosch. Ook was hij enkele jaren in dienst bij Rijkswaterstaat als hulpmeetkundige. In 1942 trad hij toe tot het verzet. Vanwege zijn werkzaamheden bij Rijkswaterstaat, zijn grondige kennis van de Biesbosch, zijn liefde voor God en zijn lef en doortastendheid werd hij door Groep Albrecht gevraagd om toe te treden tot de Liniecrossers. Zijn gezin wist van niets. Tijdens één van de crossings liep hij een longontsteking op waardoor hij zeker 10 dagen door zijn crossmaster Bertus van Gool werd verzorgd in Sliedrecht. Zijn vrouw en kinderen gingen ervan uit dat hij was overleden. De blijdschap was dan ook groot toen hij weer thuis arriveerde.

Onderscheiden met de Bronzen Leeuw

Op 14 juli 1949 ontving hij in Sliedrecht, samen met zijn crossersmaten, uit handen van Z.K.H Prins Bernhard, de dapperheidsonderscheiding de Bronzen Leeuw. In zijn geboortedorp is een straat naar hem vernoemd: ‘J.C.Hoevenaarstraat Line crosser 2de wereldoorlog’. En aan de Amer staat het liniecrossersmonument met een beeld van Koos Hoevenaar.

De Liniecrossers werden zijn levenswerk

Dat monument betekent nog altijd veel voor de familie Hoevenaar. Martin Hoevenaar was 7 jaar oud toen zijn vader een liniecrosser werd. Toen hij eenmaal besefte wat voor daden zijn vader had verricht, was hij trots op hem. Hij wist zich nog goed te herinneren dat er soms een man op een motor langskwam die Kwatta’s aan zijn vader overhandigde en hem de hand schudde. Later besefte hij dat daarmee een crossersafspraak was gemaakt. Koos Hoevenaar sprak nauwelijks over de crossings. Martin Hoevenaar sprak met zijn kinderen regelmatig over de daden van hun opa. De Liniecrossers en de Biesbosch werden zijn levenswerk. Hij had slechts één missie: Het verhaal van de Liniecrossers moet naar waarheid worden doorverteld en mag nooit worden vergeten. Hij is dan ook de grondlegger van de jaarlijkse adoptieoverdracht van het Liniecrossersmonument die sinds 2011 plaatsvindt. Tijdens een uitgebreide herdenkingsceremonie draagt groep 8 van basisschool De Grienden de crosserstas over aan groep 7, zodat groep 7 een jaar lang de verantwoordelijkheid voor het monument heeft. En die verantwoordelijkheid omvat traditiegetrouw ook een schoonmaakmoment enkele dagen voorafgaand aan de adoptie-overdracht. Tot aan zijn dood was Martin Hoevenaar elk jaar bij de adoptieoverdracht aanwezig. En altijd was hij zichtbaar aangedaan. In 2018 zei hij: ”Ik word zo rustig van het besef dat dit in goede handen is. Wetend dat de geschiedenis van de Liniecrossers straks niet vergeten wordt, kan ik het rustig loslaten.” Nadat Martin Hoevenaar in augustus 2020 overleed, kreeg hij ook een herinneringsplek naast het beeld van zijn vader. Voor hem werd in 2021 een Perzische plataan geplant en een plaquette geplaatst. De kinderen en kleinkinderen van Martin Hoevenaar zetten het levenswerk van hun vader en opa voort opdat de Liniecrossers nooit worden vergeten. Zij beschikken nu over de mappen vol documentatie over de Liniecrossers (krantenartikelen, foto’s, brieven en mailwisselingen).

Het Liniecrossersmonument: het meest levendige oorlogsmonument van Brabant

Niet voor niets werd het Liniecrossersmonument in 2012 uitgeroepen tot het meest levendige oorlogsmonument van Brabant. Om het belang ervan te onderschrijven, zijn regelmatig vooraanstaande politici aanwezig tijdens de adoptie-overdracht. Oud Tweede Kamerlid John Kerstens noemde de adoptie-overdracht het beste voorbeeld om de geschiedenis aan de oorlog levend te houden. “Houd deze traditie in ere opdat hun daden niet worden vergeten,” sprak voormalig staatssecretaris Paul Blokhuis in 2019.

Dit jaar vindt de herdenkingsceremonie plaats op vrijdag 8 november.