We gaan dan naar de tijd dat Zeus en zijn broers en zusters de Titanen verslagen hebben en hij zich met zijn medegoden op de berg Olympos gevestigd heeft. De vrouw van Zeus, Hera, wil graag hun partnerschap vastleggen met een huwelijk, iets dat nog niet eerder was gedaan op de dan nog jonge wereld. Hera organiseerde een zeer uitgebreid huwelijksfeest voor alle wezens en Zeus als de heerser van alle Goden wilde ook graag iets inbrengen voor het verhogen van de feestvreugde. Hij riep een wedstrijd uit voor het lekkerste gerecht met als prijs dat de winnaar om een gunst mocht vragen.
Melissa een nymf en dochter van Melisseus, wat bijen-man of honing-man betekent in het oud Grieks, had een kleine amfora met honing meegenomen en won daarmee de wedstrijd. Ze legde uit dat het erg veel werk was voor haar, wel vier weken, om een kleine amfora met honing gevuld te krijgen. Veel dieren vonden de honing ook lekker en vele stalen dan ook de honing, wat nog meer werk opleverde om een voorraad aan te leggen. Ze wilde haar honing dan ook kunnen beschermen en vroeg als gunst om een wapen om te kunnen doden. Ze vond dat dat toch wel moest kunnen, aangezien vele dieren een wapen hadden maar geen van hen zoiets lekkers als honing konden maken.
Zeus werd boos over dit verzoek, maar Melissa herinnerde hem aan zijn belofte. Namelijk dat ze bij het winnen om een gunst mocht vragen. Zeus voelde zich enigszins in zijn hemd gezet en het kwaadaardige in hem kwam boven.
Je hoeft de honing niet langer in je eentje te verzamelen, je wordt koningin van een heel volk en samen zal het werk minder zwaar zijn. Ook krijg je een pijnlijk en dodelijk wapen. Je krijgt een angel met gif. De steek met deze angel zal pijnlijk zijn voor de gestokene, maar dodelijk voor de steker.
Melissa voelde de angel in haar groeien en maakte dat ze snel wegvloog.
Vervolgens hief Zeus de amfora met honing omhoog en maakte hem zo voor zijn vrouw dat deze nooit leeg zou raken. Zo werd honing het voedsel voor de Goden en honing vermengd met de sappen van vruchten de drank van de goden.
