In Nederland worden nog veel chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Het is nog niet duidelijk wat (op langere termijn) de effecten van die middelen op ons milieu en op onze gezondheid zijn. Een belangrijke vraag is dus: hebben we die bestrijdingsmiddelen wel nodig?

In de akkerbouw en de fruitteelt wordt nog volop gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen. Jaarlijks wordt zo’n 9 miljoen kilo aan bestrijdingsmiddelen verkocht, vooral antischimmelmiddelen en onkruidbestrijders. Daarvan is ongeveer 700.000 kg glyfosaat. Particuliere huishoudens gebruiken in en om het huis ook chemische bestrijdingsmiddelen, naar schatting 200.000 kg per jaar (cijfer 2019).

Onder chemische bestrijdingsmiddelen, ook pesticiden genoemd, worden gewasbeschermingsmiddelen en biociden verstaan. Gewasbeschermingsmiddelen worden, voornamelijk in de landbouw, gebruikt tegen ziekten en plagen bij gewassen. Bijvoorbeeld tegen schimmels, insecten en onkruid. Biociden worden niet op gewassen toegepast maar gebruikt in bedrijven, ziekenhuizen, publieke ruimtes en in onze huishoudens, bijvoorbeeld bij ongedierte bestrijden, conserveren van materialen, desinfecteren van ruimtes en materialen et cetera.

Is het gebruik van pesticiden erg? Ja, dat is erg omdat we van de meeste van deze middelen zeker weten dat ze slecht (lees giftig) zijn voor planten en dieren. Ze worden ingezet om schimmels, micro-organismen, knaagdieren, insecten et cetera te doden. Pesticiden zijn daarin niet selectief en zijn dus ook dodelijk voor nuttige planten en dieren.

Ook voor de gezondheid van de mens kunnen ze slecht zijn. Pesticiden die worden gebruikt laten onvermijdelijk sporen achter. Zo blijven resten van pesticiden achter op groente en fruit. Ook in de bodem en het oppervlaktewater (sloten en rivieren) et cetera worden concentraties pesticiden aangetroffen. Daarmee komen deze ook terecht in ons drinkwater. Er zijn wettelijke normen vastgesteld voor de concentraties pesticiden in ons voedsel en drinkwater. Daarnaast moet Nederland voldoen aan de KRW (Kaderrichtlijn Water) om de kwaliteit van onze drinkwaterbronnen te borgen. Onder andere door het gebruik van pesticiden staat de kwaliteit daarvan sterk onder druk.

Voor concentraties pesticiden in de lucht en bodem zijn (nog) geen normen vastgesteld. Een ernstige tekortkoming. Bovendien is het onderzoek naar de effecten van pesticiden vooral gericht op de werking van het afzonderlijke product. Onderzoek naar de cumulatieve (opstapelende) effecten van het binnen krijgen van meerdere pesticiden vindt pas vrij recent plaats. Hiervoor zijn nog geen wettelijke normen vastgesteld. De EFSA (Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid) werkt momenteel aan een risicoanalyse om de cumulatieve effecten van pesticiden te kunnen beoordelen.

Hoewel het aandeel van particulieren in het gebruik van pesticiden relatief klein is ten opzichte van de landbouw kan dat groot effect hebben op het milieu. U kunt dus helpen om de emissie van pesticiden terug te dringen. Bijvoorbeeld: gebruik zelf geen pesticiden maar kies voor een milieuvriendelijke manier van bestrijden, voorkom dat u last krijgt van ongedierte, onkruid of schimmels, dat is beter dan bestrijden, probeer biologische producten te kopen, die zijn vrijwel vrij van pesticiden en u steunt daarmee de boeren die biologisch telen.

Meer informatie vindt u op de volgende websites:

Milieucentraal; https://www.milieucentraal.nl/huis-en-tuin/ongediertebestrijding/

Goeie kost; https://goeiekost.nl/

Heeft u vragen of wilt u reageren, stuur dan een e-mail naar Kiemkrachtdrimmelen@gmail.com.