In Brabant zeggen we het graag zoals het is – liefst in onze eigen taal. Maar steeds minder mensen kennen de oude spreekwoorden en gezegdes. Zonde, want daarin zit een schat aan humor en wijsheid verstopt. In deze column haal ik om de twee weken spreekwoorden uit de vergetelheid. Mét uitleg, een beetje achtergrond… en altijd met een glimlach. Want in Brabant lachen we graag – ook om onszelf.
Carnaval, het feest aan het begin van de vasten. Een feest met een optocht, muziek, volle cafés, drank en verklede mensen. Veel plezier, voordat de vastentijd begint. De vasten is een periode van 40 dagen van bezinning en soberheid voorafgaand aan Pasen. De naam 'carnaval' is waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse 'carna vale' wat 'vaarwel vlees' betekent. Voor de katholieken betekende vasten vroeger doorgaans: sober eten, geen vlees op vrijdag, geen tussendoortjes, geen alcohol, geen snoep en minder eten dan wat je normaal gebruikt. Moslims houden ook een jaarlijkse vastenperiode: de ramadan.
Zuipen as ‘n lampetkan
Drinken als een lampetkan
Overmatig drinken (maar geen water...)
Voordat de wastafel met stromend water in elk huis normaal was, gebruikte men een aardewerken kan, die samen met een waskom werd gebruikt. En er ging heel wat water in zo’n kan. En natuurlijk altijd koud water.
Het alleluja is gezongen en de vasten is gesprongen
Het alleluja is gezongen en de vasten is afgelopen
Men is blij dat de vasten is afgelopen.
Halleluja/Alleluja betekent in het Hebreeuws: Loof de Heer.
Wordt tegenwoordig ook gebruikt om verbazing en blijdschap uit te drukken over iets positiefs waarvan je zeker wist dat het niet zou gebeuren.
Op paaszaterdag wordt in de Katholieke kerk het (H)alleluja gezongen, omdat er een einde is gekomen aan de vasten. Ofwel: Hoera, de vasten is voorbij!
De meeste mensen kennen het (H)alleluja van de zanger Leonard Cohen. Maar er bestaat ook een prachtige concertuitvoering van Friedrich Händel.
Vasten is: drie boterhammen eten en naar de vierde tasten
Ofwel vasten is minder eten dan men trek heeft.
Vasten, tegenwoordig een manier van afvallen. De woorden dieet en afvallen betekenen bijna hetzelfde. Weinig mensen weten nog dat vasten een katholieke traditie is. En het woord dieet was in het Brabant van voor WO II onbekend.
Aswoensdag is de eerste dag van de veertigdagentijd. Op deze dag zet de priester met as een kruisje op het voorhoofd van de kerkgangers, om hen aan te sporen tot bezinning, boete en bekering. Aswoensdag is dus de eerste dag van vasten en onthouding.
Na vasten komt Pasen
Na lijden komt verblijden
Op vastenavond wordt het lief in het zout gelegd, met halfvasten wordt het lief eens omgekeerd en op Pasen wordt het lief uit het zout gehaald.
Men vrijde niet op de zondagen in de vasten. Wel was het gebruik dat op halfvasten, de vierde zondag, de jongens een bezoek aan hun meisje brachten.
Tja, dat waren harde tijden vroeger...
Nog even terug naar Carnaval. Hopelijk heeft u een goede Carnaval gehad!
'Alaaf!' is de vrolijke begroeting van carnavalvierders onder elkaar. Het wordt tijdens carnaval ook gebruikt als een uitroep tussendoor of bij het drinken van een glas alcohol. Alaaf is vanuit het Maastricht bekend geworden in heel Nederland.
In Den Bosch (Oeteldonk) en Roosendaal (Tullepetaonestad) is 'alaaf' echter uit den boze. In Eindhoven (Lampegat) begroet men elkaar met 'salaai', en in Bergen op Zoom (Krabbegat) zegt men 'agge mar leut et'.
Het Schraansersrijk, de May, Berenland, Erpelrooiersland en het Biesboschrakkersrijk zijn de carnavalsnamen als we het over de dorpen in de Gemeente Drimmelen hebben.
Voor niet-carnavalvierders nog een paar belangrijke carnavalswoorden:
De term 'dweilen': van kroeg naar kroeg gaan, zoals het tijdens carnaval vaak gebruikt wordt, stamt af van de betekenis 'doelloos, zingend, zwalkend vaak dronken, op straat rondzwerven'. Met name in Brabant wordt de term dweilen veel gebruikt.
Hossen en de polonaise zijn met carnaval erg populair.
Bij carnaval horen inmiddels ook de grote carnavalsoptochten.
En de baas bij het carnaval heet: de Prins of Prins Carnaval. In het voormalige dorp Ginneken heeft men een Carnavalsbaron.
Het zo druk hebben as een pan op vastenavond
Het heel erg druk hebben. Met vastenavond werden er vaak pannenkoeken gebakken.
Vastenavond werd vroeger ook wel vette dinsdag genoemd.Vastenavond is de dinsdag voor Aswoensdag en vormt traditioneel het einde van de carnavalsperiode. Tot dinsdagavond 24.00 uur mag er nog carnaval worden gevierd.
Ju, vastenaovond….zoveul t’eer is ‘t Paosen
Ju, vastenavond….zoveel eerder is het Pasen. Ju, is weer een afkorting van nondeju en dat komt weer van 'au nom de Dieu' ofwel in Godsnaam.
Gezegd, als er een spoedige afloop gewenst is.
En als u de volgende keer vindt dat iets te lang duurt. Dan zegt u: 'Ju, vastenavond... zoveul ‘t eer is ‘t Paosen'. Dan hoort u: 'Wablief' en u zegt rustig en duidelijk: 'in godsnaam ik wou dat het afgelopen was'.
Succes!
Fer van Vuuren.
Tot over 14 dagen….
