Je kunt natuurlijk een overwinning uitgebreid vieren. Met bloemen, champagne, een huldiging en een lange stoet trotse supporters. Of je doet het zoals Bram Sins uit Terheijden. Je haalt de finish na ruim 1150 kilometer, wint een loodzware ultracyclingwedstrijd en zegt vervolgens doodleuk: ‘Dat heb ik toch maar mooi gefixt.’
Door Wiljan Broeders
Geen borstklopperij, geen behoefte aan de spotlights. Bram fietst namelijk niet voor de credits of de fame. Hij fietst voor zichzelf. Om zichzelf uit te dagen, grenzen op te zoeken en te ontdekken hoe ver hij zijn lichaam en hoofd kan pushen. Dat hij daarmee tijdens The Hills Have Bikes 2026 de concurrentie achter zich liet, is volgens hem vooral mooi meegenomen.
Van Amerongen door drie landen
The Hills Have Bikes is geen doorsnee fietstochtje. De volledig self-supported bikepackingwedstrijd startte en finishte in Amerongen en voerde de deelnemers over een parcours van maar liefst 1150 kilometer door Nederland, Duitsland en België. Onderweg moesten zo’n 11.330 hoogtemeters worden overwonnen.
En dan was er nog de ondergrond. Ongeveer zestig procent van het parcours bestond uit gravel, zand, stenen, wortels en singletracks. Een stevige aanslag op mens én materiaal.
De deelnemers waren volledig op zichzelf aangewezen. Geen volgauto, geen verzorgingsposten en geen bekende die onderweg een extra bidon of banaan in de hand drukt. Eten en drinken kopen, een slaapplek zoeken en eventuele technische problemen oplossen: alles moest zelf worden geregeld.
Supporters konden de race ondertussen via een gps-tracker volgen. Het inmiddels bekende dotwatchen: thuis achter een scherm het stipje van je favoriete deelnemer over de kaart zien bewegen en ondertussen hopen dat hij niet ineens stilstaat. Bij Bram bleef dat stipje opvallend lang vooraan.
Uitrijden was mijn doel
Al vrij snel kwam de Terheijdenaar aan de leiding. Een groot deel van de eerste 600 à 700 kilometer reed hij samen op met een Duitse deelnemer. Maar uiteindelijk moest die zijn inspanningen staken. Bram reed door en bereikte na 80 uur en 38 minuten de finish.
Wie verwacht dat hij daar inmiddels uitgebreid op terugkijkt als winnaar, komt bedrogen uit. ‘Wat is het eerste beeld dat bij je opkomt als je terugdenkt aan die 1150 kilometer?’ Een korte stilte. “Dat heb ik toch maar mooi gefixt.” Weer die bescheidenheid. Want winnen was eigenlijk helemaal niet het primaire doel. “Uitrijden was mijn doel. Grenzen opzoeken. Niet zozeer winnen.” Dat laatste klinkt bijna als een bijzaak. En misschien is dat ook precies hoe Bram het beleeft. De overwinning is de beloning, maar de uitdaging begint ergens anders.
Van wielrennen naar ultracycling
Fietsen doet Bram al zo ongeveer zijn hele leven. In zijn jongere jaren was hij actief op de racefiets en werd er ook gekoerst. Tot er andere dingen op zijn pad kwamen. “Op een gegeven moment wordt uitgaan ook leuk, je gaat werken en krijgt andere dingen om handen. Ik ben toen gaan mountainbiken, maar niet meer in teamverband.” Toen de wilde haren langzaam verdwenen, kwam het fietsen weer serieuzer terug. En daarbij ontdekte Bram iets bijzonders: hoe langer de rit, hoe beter hij zich leek te voelen. Een ideale eigenschap voor iemand die zich vervolgens stort op bikepacking en ultracycling.
Een strijdplan, maar vooral flexibel blijven
Een wedstrijd van deze omvang begint niet pas bij de start. Ongeveer een week vooraf krijgt Bram het parcours. Dan begint het puzzelen. Welke fiets neem je? Welke banden? Hoeveel bagage? Waar kun je onderweg eten en drinken? En waar zitten de plekken waar je eventueel wat slaap kunt pakken? “Het lastige van dit soort wedstrijden is keuzes maken. Ruim zestig procent was onverhard en er waren aardig wat hoogtemeters. Daarom koos ik voor een licht uitgeruste mountainbike. Dat voordeel heeft zich uiteindelijk uitbetaald.”
Toch kun je een race van ruim drie dagen onmogelijk volledig uittekenen. “Je moet een strijdplan hebben, maar ook bereid zijn daar tijdens de tocht vanaf te wijken. De praktijk is altijd weerbarstiger. Maar dat is ook het avontuur.” Zo had Bram vooraf bedacht dat hij ongeveer zes uur zou slapen. Een prima plan, totdat hij daadwerkelijk ergens in het donker lag. “En ook nog eens buiten op een plek waar het veel te koud was. Na twee uur ben ik maar weer op de fiets gestapt.”
Een mooi voorbeeld van de belangrijkste regel tijdens zo'n avontuur: plannen zijn handig, maar de werkelijkheid bepaalt.
Van euforie tot diepe dalen
Drie dagen vrijwel non-stop fietsen doet uiteraard ook mentaal iets met een mens. “‘Je koppie gaat alle kanten op. Van euforisch tot diepe dalen. Je weet van tevoren dat je gesloopt zult zijn. En ja, dan denk je ook weleens: waar ben ik mee bezig?” Een pijnlijke kont is daarbij volgens Bram geen reden om de handdoek in de ring te gooien. Hij lacht hard.
Juist dat mentale aspect maakt volgens hem het verschil. Fit zijn is belangrijk, voldoende kilometers in de benen hebben ook. Maar uiteindelijk moet het hoofd net zo sterk zijn als de benen.
500 kilometer per week
Aan zijn voorbereiding ligt het in ieder geval niet. “Ik denk dat ik wekelijks zo’n 500 kilometer op de fiets afleg.” Een flink aantal, maar een deel daarvan fietst Bram bijna ongemerkt bij elkaar. Hij werkt in Werkendam en gaat vanuit Terheijden iedere dag met de fiets naar zijn werk. Goed voor ongeveer 66 kilometer per dag. Weer of geen weer. Daar komen de trainingskilometers nog bij. Daarnaast let hij op zijn voeding en probeert hij gezond te leven. Geen geheim trainingsprogramma dus, maar vooral veel fietsen, consequent zijn en kilometers maken.
De perfecte combinatie
Wat maakte uiteindelijk het verschil? Bram hoeft er niet lang over na te denken. “Ik denk de combinatie van goede benen, een goed koppie en het juiste materiaal. En laten we eerlijk zijn: je hebt ook een beetje mazzel nodig.” Want bij een wedstrijd waarin je dagenlang alleen onderweg bent, kan er van alles gebeuren. Materiaal kan stukgaan, het weer kan omslaan en plannen kunnen volledig overhoop worden gegooid. “Je moet bereid zijn jezelf bij zo’n wedstrijd ook een beetje te laten verrassen.” Misschien is dat wel de essentie van bikepacking. Niet alles onder controle willen hebben, maar juist accepteren dat een deel van het avontuur ontstaat op het moment dat je plannen niet meer werken.
Geen hordes fans, wel een trots gezin
Een finish na 1150 kilometer levert geen taferelen op zoals bij de finish van een grote wielerronde. Geen duizenden mensen langs de kant. “Nee, we werden niet ingehaald door hordes fans”, vertelt hij met een glimlach. Zijn gezin stond er wel. Vol trots. En dat was genoeg. “Als je deze sport doet voor de faam, kun je beter iets anders kiezen.” Want daar is Bram heel duidelijk over. Het draait bij hem niet om aandacht. Zelfs het winnen was niet het belangrijkste. “Ik was vermoedelijk niet minder euforisch als ik niet gewonnen had.”
Op naar de volgende uitdaging
En dus is de overwinning vooral een mooie bevestiging. Van de benen, het koppie, het materiaal en misschien een beetje geluk. Maar vooral van het feit dat Bram zichzelf opnieuw tot het uiterste heeft kunnen uitdagen.
Of The Hills Have Bikes daarmee een eenmalig avontuur was? Bram begint al te lachen. “Ik ben alweer aan het nadenken. Ik denk dat ik wel iets gevonden heb… Een paar honderd kilometer meer.” Want wie eenmaal heeft ontdekt dat lange ritten steeds beter gaan naarmate de klok verder tikt, lijkt maar moeilijk tevreden te krijgen.
De finish van The Hills Have Bikes 2026 was dus misschien helemaal geen eindpunt.
Eerder een nieuwe start. En jouw weekblad zal die sportieve prestaties nauwkeurig gaan volgen.
