Terheijden – De afgelopen weken hebben de veertien leerlingen van de Expeditieklas van Stichting Katholiek Onderwijs Drimmelen schaakles gehad. Hoewel het schaken in het begin best moeilijk was en soms nog onwennig, leerden de kinderen de denksport snel. Inmiddels kunnen ze feilloos aangeven welke bewegingen het paard mag maken, wat een goede openingszet is, wanneer de koningin in het spel betrokken wordt en wanneer de tegenstander schaakmat staat. Op woensdag 22 mei ontvingen ze dan ook hun felbegeerde schaakdiploma’s.
Door Marie-José Mol
Schaakdocent René Gosens heette de kinderen van de Expeditieklas van harte welkom in het lokaal van basisschool De Zeggewijzer. “Jullie hebben er lang op gewacht, maar eindelijk is het zover. Vandaag krijgen jullie je dikverdiende schaakdiploma’s.” Ietwat zenuwachtig zaten de kinderen bij elkaar. Voordat wethouder Jürgen Vissers de schaakdiploma’s uitreikte werd er nog even stil gestaan bij de werkzaamheden van een wethouder. En dat wisten de leerlingen verrassend goed uit te leggen. Na deze welkomstwoorden was het moment suprême aangebroken. René Gosens las de namen voor en wethouder Jürgen Vissers overhandigde vervolgens de diploma’s ‘Opstapje 1’ en ‘Opstapje 2’. Trots namen Thijmen, Stijn, Fien, Simon, Zoë, Lola, Nova, Nuh, Timothy, Jens, Ben, Jelle, Vinz en Milan hun diploma’s in ontvangst.
Stappenmethode
De afgelopen zeven weken hebben de leerlingen schaakles gehad. De enthousiaste René Gosens gaf de schaaklessen geheel vrijwillig. “Ik vind het heerlijk om mijn hobby te kunnen combineren met mijn oude beroep, leerkracht.” De leerlingen werkten met de stappenmethode van de Koninklijke Nederlandse Schaak Bond. Elke les bestudeerden ze de theorie en maakten ze oefeningen in het werkboek. De lessen werden afgesloten met een partij op een schaakbord.
Nu kan ik nog beter schaken
Op de vraag wat de kinderen van de schaaklessen vonden, antwoordden ze unaniem: “Leuk!” Hun enthousiasme bleek ook uit andere reacties: “Ik kon al een beetje schaken, maar nu kan ik het nog beter. En ik kan van papa winnen.” (Jens). “Mijn broer had mij al een beetje schaken geleerd, maar nu ben ik veel beter geworden.” (Timothy). “Ik vond vooral het spel aan het eind van de les leuk.” (Milan). “We hebben heel veel uitleg gekregen. Dat was leuk en heel leerzaam. En nu kan ik nog beter schaken.” (Lola).
Over andere speelstukken springen
Schaken is een denksport. Kinderen leren vooruit denken en een strategie bepalen. Daarbij hebben ze allemaal een favoriet schaakstuk. Op de vraag wat hun favoriete schaakstuk is, antwoordden de meesten: “De koningin want die kan alles.” Sommige leerlingen gaven aan dat ze de koningin al snel in het spel gebruiken, andere pakken de koningin pas tegen het eind. Toch waren er ook kinderen fan van het paard: “Het paard is zo leuk omdat die over andere speelstukken kan springen en alle kanten uit kan.” De loper is favoriet omdat dat stuk diagonaal grote afstanden kan afleggen.
Leren om te leren
Schaken is overigens één van de onderwerpen die gedurende het schooljaar in de Expeditieklas aan bod komt. De Expeditieklas komt op woensdagochtend bijeen en krijgt les van Mirjam Schrauwen (Coördinator Expeditieklas). In de Expeditieklas zitten leerlingen met een hoog ontwikkelingspotentieel uit de groepen 6 en 7 van alle SKOD-scholen (Den Duin, De Stuifhoek, de lage weide, De Elsenhof, Zonzeel en De Zeggewijzer). Ze hebben behoefte aan extra uitdaging, maar ook aan emotionele ondersteuning in de vorm van een stuk mindset. De kinderen weten veel, tegelijkertijd kampen velen met faalangst. Ze zijn bang om fouten te maken en willen graag alles perfect doen. Het onderwijsaanbod speelt daarop in en biedt juist onderwerpen aan die prikkelend zijn, waarbij de leerlingen leren te leren en waarbij ze leren om te ‘ploeteren’. En dat vinden ze vaak spannend. Dit werd ook bevestigd door René Gosens: “Ze moeten er hard voor werken. Je ziet ze enthousiaster worden naarmate de lessen vorderen. In het begin denken ze dat schaken saai is. Maar gaandeweg komen ze erachter dat schaken best ingewikkeld is en vinden ze het steeds leuker worden.” Hij vervolgde: “Het mooie aan schaken is ook dat je het helemaal zelf doet. Als je in een teamsport verliest, ben je al snel geneigd om de scheidsrechter of medespelers de schuld te geven. Bij schaken kan dat niet. Als je verliest, heb je dat zelf gedaan. En dat is ook een mooi leerproces voor de kinderen.”
Over één ding zijn de meeste leerlingen het eens: ze gaan door met schaken. Al is het af en toe een potje tegen opa of papa.
